Trefwoorden

  • Basculebrug: Bij een basculebrug gaat het brugdek open en dicht door te draaien om het scharnierpunt, waar de brug (ongeveer) in evenwicht is tussen het gewicht van het brugdek en dat van het contra-gewicht. Daardoor kost het minder energie om de brug te openen en te sluiten. De werking van een basculebrug is precies dezelfde als die van een “bascule”, zoals die vroeger werd gebruikt om te wegen. Aan de ene kant van het draaipunt hangt het brugdek en aan de andere kant het contra-gewicht.
  • Berendrechtsluis: De Berendrechtsluis ligt in het noorden van de Antwerpse haven, op de rechter Scheldeoever. Ze is in gebruik sinds 1989. De sluis is met haar 500 meter lengte, 68 meter breedte en 13,58 meter diepte de grootste ter wereld. Ze staat model voor de nieuwe sluis die zal worden gebouwd op de linker Scheldeoever. Net ten zuiden van de Berendrechtsluis ligt de Zandvlietsluis, die even lang is maar minder breed. De twee vormen het noordelijkste sluizencomplex van de haven van Antwerpen.

  • Bodemrails: De bodemrails liggen op de bodem van de sluis. Ze functioneren als treinsporen voor de rolwagens waarop de reusachtige sluisdeur wordt over en weer gereden.
  • Deurganckdok: Het Deurganckdok is een containergetijdendok in de haven van Antwerpen. Het ligt op de linker Scheldeoever, in de Waaslandhaven. Omdat het een getijdendok is, kunnen schepen het dok rechtstreeks invaren van op de Schelde zonder door een sluis te moeten. Aan het Deurganckdok zijn containerterminals gevestigd.

 

  • Deurkamer: De deurkamer is de kamer waarin de sluisdeur wordt opgeborgen als ze niet wordt gebruikt om de sluis af te sluiten. Dat gebeurt wanneer de sluisdeur wordt opengezet om een schip door te laten, maar het kan ook gebeuren voor onderhouds- of herstellingswerken. In dat laatste geval wordt de deurkamer op een ingenieuze manier afgesloten en leeggepompt. Zo staat de sluisdeur niet meer in het water en is ze makkelijk te onderhouden.
  • Doeldok: Het Doeldok is een van de dokken van de haven van Antwerpen op de linker Scheldeoever. Het maakt deel uit van de Waaslandhaven. Een deel van het dok, 'gedempt doeldok' wordt gebruikt om baggerspecie in te storten. Zo kan het terrein straks opnieuw worden ingezet voor andere doeleinden.

  • Europese Vogelrichtlijn: De Europese Vogelrichtlijn is bedoeld om alle vogelsoorten in Europa te beschermen. Ze wil de natuurlijk in het wild levende vogelsoorten instandhouden en bepaalt dat er genoeg broed-, pleister en overwinteringsgebieden moeten worden beschermd. In het kader van de Vogelrichtlijn heeft Vlaanderen zoals elke lidstaat beschermde gebieden aangeduid, zogenaamd “vogelrichtlijngebied”.
  • Haven van Antwerpen: De haven van Antwerpen strekt zich uit over de rechter- en de linkeroever van de Schelde. Het is de tweede haven van Europa. In 2008 behandelde de haven van Antwerpen meer dan 189 miljoen ton goederen. De zeeschepen komen uit alle windstreken en brengen allerlei goederen mee, van bananen en suiker over kleding en kolen tot auto’s en staal. Heel wat van die goederen worden vervoerd in containers. Antwerpen is ook het grootste centrum voor chemische en petrochemische industrie van Europa.
  • Kaaimuur: In de haven zijn de dokken en terminals aan de waterkant begrensd door kaaimuren. Het gaat om stevige L-vormige betonnen constructies, waarop bolders worden aangebracht zodat de zeeschepen er kunnen aanmeren.
  • Kallosluis: De Kallosluis is in gebruik sinds 1979. Ze is 360 meter lang en 50 meter breed. De Kallosluis is de enige sluis op de linker Scheldeoever in de haven van Antwerpen. Ze is op dit ogenblik dus de enige in- en uitweg voor schepen die de Waaslandhaven aandoen.

  • Kolkmuur: Muur van de sluis.
  • Milieu-effectenrapport (MER): Een milieueffectenrapport is een openbaar document dat rapporteert over de milieueffecten van een voorgenomen activiteit: de milieugevolgen voor mensen, planten, dieren, goederen, water, bodem, lucht, monumenten, de natuur en het landschap. Het houdt rekening met tijdelijke en permanente effecten en somt milderende maatregelen op. Een MER maakt het mogelijk de effecten van een voorgenomen project te beoordelen en het milieueffect van alternatieven naast elkaar te leggen.
    Wat is het verschil tussen een plan-MER en een project-MER? In een plan-MER worden verschillende trajecten of alternatieven tegenover elkaar afgewogen. In een project-MER kijkt men naar de effecten die een concreet project heeft op milieu, mens en landschap en worden geen verschillende grote tracés of alternatieven tegenover elkaar afgewogen.
    Meer informatie op www.mervlaanderen.be.
  • Minaraad: De Minaraad is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid. Vertegenwoordigers uit het maatschappelijke middenveld en onafhankelijke deskundigen treden er in overleg met elkaar over het milieubeleid in de brede zin van het woord. De adviezen en studies die voortkomen uit dit overleg worden bezorgd aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement.
    Meer informatie op www.minaraad.be
  • Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA): Zoals investeerders een kosten-baten analyse maken, zo geeft een maatschappelijke kosten-baten analyse het rendement van een investering weer voor de hele maatschappij. Bij een MKBA worden zowel de kosten als de baten van een bepaald beleid/project berekend vanuit het standpunt van de maatschappij als geheel en tegen elkaar afgewogen. Hiertoe moeten de kosten en de baten gekwantificeerd worden.
    Meer informatie op www.lne.be/themas/beleid/milieueconomie/kosten-batenanalyses.
  • Omloopriolen: Via de omloopriolen staan de sluis en het aangrenzende wateroppervlak met elkaar in verbinding als communicerende vaten. De omloopriolen laten toe dat er water in of uit de sluis loopt, zodat het waterpeil stijgt of daalt. En zoals in de wetenschapsles het water in beide buisjes even hoog staat, komt ook het waterpeil van de sluis gelijk aan het andere. Dat gebeurt door de omloopriolen soms aan de kant van de Schelde open te zetten (wanneer een schip versast tussen sluis en Schelde) en soms aan de kant van de havendokken (wanneer een schip versast tussen sluis en dok).
  • Rolwagen (onderrolwagen, bovenrolwagen): De rolwagen is de wagen die de sluisdeur toelaat open- en dicht te schuiven. De rolwagen rijdt over rails die daarvoor op de bodem en aan de muur van de deurkamer zijn aangebracht. De sluis rust op een onderrolwagen die op de bodem van de deurkamer rijdt en wordt begeleid door een bovenrolwagen die aan de bovenkant van de deurkamer tegen de muur rijdt.
  • Reder: Een reder rust een schip uit en exploiteert het. Hij is niet noodzakelijk de eigenaar van het schip, maar kan het schip ook charteren van de scheepseigenaar.
  • Rugstreeppad: De rugstreeppad (epidalea calamita) is een vrij grote pad met opvallend korte poten waardoor hij weinig springt, maar wel in staat is om snel te lopen. De rugstreeppad wordt hooguit 7 cm groot. Ze is gemakkelijk herkenbaar aan de dunne gele streep op de rug, die grijsbruin is met donkere en lichte vlekken. De rugstreeppad komt vooral voor in duin- en heidegebieden en sites als oude klei-afgravingen, verlaten zandgroeven of met zand opgespoten industrie- en haventerreinen.
  • Scheepsagent: Omdat de kapitein van een schip niet alle geplogenheden kent in een vreemde haven, stelt de rederij er een lokale vertegenwoordiger aan: de scheepsagent. De scheepsagent assisteert de kapitein: hij handelt alle formaliteiten af voor het schip en de lading met het loodswezen, het havenbedrijf, de douane, de goederenbehandelaars, de verschepers en ontvangers van de goederen, de expediteurs enz. Bovendien behartigt de scheepsagent de belangen van de bemanning. Hij regelt eventuele medische hulp en bestelt voorraden en proviand voor het schip.
  • Schutkolk: De schutkolk is in een sluis de ruimte tussen de twee sluisdeuren. Het is hierin dat de schepen liggen om te versassen.
  • Sleepdiensten: Om een groot schip veilig in en uit de sluis te loodsen zijn er sleepboten om het te helpen manoeuvreren. Sleepboten begeleiden de schepen ook bij hun doortocht op de Schelde en bij hun traject van en naar de kaai in de haven.
  • Sluisdeur/Roldeur: De sluisdeuren zijn de deuren die de sluis afsluiten, zodat het water er niet zomaar kan in- en uitvloeien. Als de sluisdeuren gesloten zijn, kan het waterpeil in de sluis worden geregeld. De tweede sluis in de Waaslandhaven krijgt rol- of schuifdeuren, die over rails heen en weer rijden bij het openen en sluiten.
    Er zijn ook sluisdeuren die openklappen en in een punt sluiten (puntdeuren), sluisdeuren die naar boven worden getrokken (hefdeuren) en sluisdeuren die onder water verdwijnen (klepdeuren).
  • Sluisgebouw: Het sluisgebouw bevindt zich vlakbij de sluis. Van hieruit worden de sluis en de bijhorende bruggen bediend. Het personeel in het sluisgebouw staat voortdurend in contact met de schepen die koers zetten richting sluis.
  • TAW: De Tweede Algemene Waterpassing (TAW) is de referentiehoogte die in België wordt gebruikt om hoogtes en hoogtemetingen uit te drukken. Een TAW van 0 is gelijk aan het gemiddelde zeeniveau bij eb/laagtij in Oostende. Het Signaal van Botrange in de Hoge Venen is met 694 meter boven TAW het hoogste punt van België.
  • TEN-T: TEN-T staat voor Trans-Europees Transport Netwerk en is een initiatief van de Europese Commissie die ijvert voor efficiënte transportassen binnen Europa. Het TEN-T programma subsidieert projecten die hiertoe een bijdrage leveren.
  • Vlaams Bouwmeester: De Vlaamse Bouwmeester waakt over het beleid voor grote nieuwbouw- of renovatieprojecten in Vlaanderen. Hij staat overheidsinstanties ook bij wanneer zij een nieuw gebouw willen neerzetten en er bijvoorbeeld tussen verschillende ontwerpen moet worden gekozen. Op dit ogenblik is Marcel Smets Vlaams Bouwmeester.
    Meer informatie op www.vlaams-bouwmeester.be.
  • Vlaamse Havencommissie: De Vlaamse Havencommissie moet een bijdrage leveren tot de voorbereiding van het havenbeleid. Ze verleent advies en doet aanbevelingen en heeft ook een studie- en informatieopdracht. Meer informatie op www.serv.be/vhc.
  • Versassen: Schepen die door de sluis varen om van de Schelde naar de dokken te varen of andersom, “versassen”. Een sluis wordt ook wel eens sas genoemd, vandaar versassen.
  • Waterremmend scherm: Bij de aanleg van de sluis wordt gewerkt met een waterremmend scherm. Dat moet bij het uitgraven van de bouwput voorkomen dat hij vol water komt te staan. Voor de aanleg van het waterremmend scherm wordt een diep sleuf uitgegraven, waarin de uitgegraven kleilaag wordt vervangen door een mengsel van water, cement en bentoniet (een soort klei). Zodra dat uithardt, vormt het een waterdichte wand.
  • Zwartkopmeeuw: De zwartkopmeeuw (larus melanocephalus) is een van de grotere meeuwen met een zwarte kop en kan tot 37 cm groot worden. Ze heeft een wit verenkleed met een koolzwarte kopkap, terwijl haar vleugels en rug parelgrijs zijn. De zwartkopmeeuw broedt in open en droog laagland met schaarse vegetatie, nabij water.

top