


Op de locatie waar de sluis komt, bevinden zich op dit ogenblik de Sint-Antoniusweg en een spoorlijn, die doorgang blijven vinden via de geplande bruggen aan de sluis. Zowel de weg als de spoorlijn worden daarvoor verplaatst.
Bij het begin van de werken vallen de Sint-Antoniusweg en de spoorlijn buiten de werf. Een brug overspant de twee, zodat werfkeer de weg niet moet kruisen. Dat garandeert maximale veiligheid voor het auto- en vrachtverkeer, maar ook voor de fietsers en het spoorvervoer.
In een latere fase wordt de werfzone aangepast. De nieuwe weg en spoorlijn worden in gebruik genomen zodra ze klaar zijn. Op dat moment worden de bestaande weg en spoorlijn afgesloten, maar dankzij de nieuwe infrastructuur levert de bouw van de sluis geen grote hinder meer op voor weg- en spoorvervoer. Enkel tijdens de fase waarin de ene weg wordt verruild voor de andere zal het verkeer wellicht twee weekends moeten omrijden.
Bij de plannen voor het verplaatsen van leidingen is op dezelfde manier over continue dienstverlening gewaakt. Waar de sluis wordt aangelegd, liggen nu een aantal nutsleidingen voor onder meer water, elektriciteit en telecommunicatie. Die moeten worden verlegd. Dat gebeurt door eerst de nieuwe leidingen aan te leggen en aan te sluiten en pas daarna de oude te verwijderen
